Welke voeding geef je een oudere hond?

Wanneer je hond ouder wordt, verandert er langzaam van alles. Misschien wandelt hij wat kortere stukjes, slaapt hij meer of heeft hij meer tijd nodig om op te staan. Ook zijn voedingsbehoeften kunnen veranderen. Maar betekent dit dat iedere oudere hond automatisch seniorenvoeding nodig heeft? Nee.

De leeftijd op papier zegt niet alles. Een actieve hond van tien jaar kan andere behoeften hebben dan een hond van dezelfde leeftijd die minder beweegt, spiermassa verliest of gezondheidsproblemen heeft. Kijk daarom vooral naar de hond die voor je staat.

Wanneer is een hond senior?

Er is geen vaste leeftijd waarop iedere hond senior wordt. Grote honden worden over het algemeen eerder als senior beschouwd dan kleine honden. Ook ras, gezondheid, gewicht, leefstijl en voorgeschiedenis spelen mee.

Leeftijd kan een reden zijn om de voeding opnieuw te bekijken, maar is niet het enige waar je op let. Kijk ook naar:

  • lichaamsgewicht;
  • spiermassa;
  • activiteit;
  • eetlust;
  • ontlasting en vertering;
  • gebit;
  • vochtinname;
  • eventuele gezondheidsproblemen;
  • medicijngebruik.

Heeft iedere oudere hond seniorenvoeding nodig?

Niet iedere oudere hond hoeft over te stappen op voeding waarop ‘senior’ staat. Er bestaan grote verschillen tussen seniorvoedingen. De ene bevat minder calorieën en vet, terwijl een andere juist meer vezels of bepaalde toegevoegde voedingsstoffen bevat.

Een oudere hond die nog actief is, een goed gewicht heeft en zijn huidige voeding goed verdraagt, hoeft niet automatisch iets anders te eten. Andersom kan een aanpassing wel nodig zijn wanneer zijn gewicht, spiermassa, eetlust, vertering of gezondheid verandert.

Kijk dus niet alleen naar de naam op de verpakking, maar naar de volledige samenstelling en naar wat jouw hond nodig heeft.

Gewicht

Veel oudere honden worden minder actief en hebben daardoor minder energie nodig. Blijft de hoeveelheid voeding hetzelfde, dan kan het gewicht toenemen.

Maar niet iedere senior wordt zwaarder. Sommige honden vallen juist af of verliezen ongemerkt spiermassa. Een hond kan op de weegschaal hetzelfde blijven wegen, terwijl zijn lichaam toch verandert: minder spieren en meer vet.

Controleer daarom regelmatig:

  • het lichaamsgewicht;
  • de taille;
  • of de ribben nog goed voelbaar zijn;
  • de bespiering bij de rug, heupen en achterpoten;
  • veranderingen in uithoudingsvermogen en beweging.

Kleine veranderingen vallen sneller op wanneer je dit regelmatig controleert.

Voeding

Wanneer een hond minder beweegt, lijkt minder voeren een logische stap. Toch is alleen de portie flink verkleinen niet altijd de beste oplossing.

Met een kleinere hoeveelheid voeding krijgt je hond namelijk ook minder eiwitten, vitaminen, mineralen en andere voedingsstoffen binnen. Soms past een voeding met minder calorieën per portie beter, zodat de hond voldoende voedingsstoffen blijft krijgen zonder onnodig veel energie binnen te krijgen.

Hoeveel een hond nodig heeft, blijft afhankelijk van zijn gewicht, activiteit, gezondheid en de voeding die hij krijgt.

Eiwitten

Oudere honden hebben eiwitten nodig voor het behoud van hun spieren en voor allerlei processen in het lichaam. Minder bewegen betekent daarom niet automatisch dat een hond ook minder eiwit nodig heeft.

Let vooral op voldoende goed verteerbare, volwaardige eiwitten. Tegelijkertijd is meer niet altijd beter. Bij bepaalde aandoeningen, bijvoorbeeld aan de nieren of lever, kan een andere verdeling nodig zijn. Pas de hoeveelheid eiwit bij gezondheidsproblemen daarom niet zelf aan, maar laat de totale voeding beoordelen.

Vertering

De vertering kan tijdens het ouder worden veranderen. Je kunt dit onder andere merken aan:

  • andere ontlasting;
  • vaker of juist minder vaak ontlasten;
  • winderigheid;
  • rommelende darmen;
  • minder eetlust;
  • misselijkheid of braken;
  • moeite met bepaalde voedingsmiddelen.

Meer vezels zijn niet automatisch voor iedere oudere hond de oplossing. De hoeveelheid en het soort vezels moeten passen bij de hond, zijn voeding en zijn klachten. Een plotselinge verandering kan de darmen juist extra belasten.

Stap daarom rustig over op andere voeding en houd bij hoe je hond erop reageerd.

Vocht

Voldoende vocht is op iedere leeftijd belangrijk. Bij een oudere hond verdient dit extra aandacht. Sommige honden drinken uit zichzelf minder, terwijl andere senioren juist opvallend veel gaan drinken.

Je kunt de vochtinname ondersteunen door:

  • water aan de voeding toe te voegen;
  • passende vochtige voeding te geven;
  • op meerdere rustige plekken vers drinkwater neer te zetten;
  • een drinkbak te gebruiken die makkelijk bereikbaar is;
  • regelmatig te controleren hoeveel je hond ongeveer drinkt.

Gaat je hond plotseling veel meer of minder drinken? Laat dit dan beoordelen door de dierenarts. Een duidelijke verandering in drinken en plassen kan bij verschillende gezondheidsproblemen passen.

Maak eten makkelijker wanneer dat nodig

Sommige senioren gaan minder enthousiast eten of krijgen moeite met kauwen. Kijk dan niet alleen naar de smaak van de voeding, maar ook naar de structuur en de manier waarop je de maaltijd aanbiedt.

Je kunt bijvoorbeeld proberen om:

  • droge voeding met lauwwarm water te bevochtigen;
  • een zachtere structuur aan te bieden;
  • meerdere kleinere maaltijden te geven;
  • de voerbak op een rustige en goed bereikbare plek te zetten;
  • te controleren of de houding tijdens het eten prettig is.

Minder eetlust, morsen, eten laten vallen, aan één kant kauwen of plotseling harde voeding weigeren kan wijzen op pijn, gebitsproblemen, misselijkheid of een andere lichamelijke oorzaak. Laat dit controleren door de dierenarts.

Gezondheidsproblemen

Bij oudere honden komen vaker meerdere gezondheidsproblemen tegelijk voor. Denk aan problemen met de nieren, lever, alvleesklier, darmen, gewrichten of het gebit. Ook medicatie kan invloed hebben op de eetlust, vertering, dorst of voedingsbehoefte.

Een algemene seniorenvoeding is dan niet automatisch passend. Soms is een specifieke aanpassing nodig, terwijl je bij een andere hond juist zo min mogelijk wilt veranderen.

Daarom blijft maatwerk belangrijk: niet voeren op basis van alleen de leeftijd, maar kijken naar het hele dier.

De juiste voeding voor een oudere hond herken je niet aan één ingrediënt of aan het woord ‘senior’ op de verpakking. Stel jezelf regelmatig deze vragen:

  • Blijft mijn hond goed op gewicht?
  • Behoudt hij voldoende spiermassa?
  • Eet hij met plezier?
  • Kan hij de voeding makkelijk kauwen?
  • Is zijn ontlasting goed?
  • Drinkt en plast hij zoals gewoonlijk?
  • Past de hoeveelheid energie bij zijn activiteit?
  • Zijn er aandoeningen of medicijnen waarmee rekening moet worden gehouden?

Zolang je hond het goed doet op zijn huidige voeding, hoeft ouder worden op zichzelf geen reden te naar andere voeding te kijken. Veranderen zijn behoeften, dan kan het wel tijd zijn om de voeding opnieuw te bekijken.

Tot slot

Een oudere hond heeft niet automatisch minder voeding, minder eiwit of speciale seniorenbrokken nodig. Hij heeft voeding nodig die past bij zijn huidige lichaam, activiteit, vertering en gezondheid.

Blijf kijken, voelen en observeren. Juist kleine veranderingen in gewicht, spiermassa, eetlust, drinken of ontlasting kunnen belangrijke informatie geven.

Wil je weten of de huidige voeding nog past bij jouw seniorhond? Dan kijk ik graag met je mee naar de voeding, levensfase en persoonlijke behoeften van jouw hond.

Let op: deze blog bevat algemene informatie. Bij gezondheidsklachten, medicijngebruik of medische dieetvoeding kunnen andere voedingsbehoeften gelden. Overleg bij veranderingen of klachten met je dierenarts en laat de voeding afstemmen op jouw hond.